2017/05/24

Oog voor wat telt

Op 23 mei 2017 nam bestuurder Roland de Wolf, na 27 jaar betrokkenheid, afscheid van zorgorganisatie Saffier. Bij deze gelegenheid is de publicatie Oog voor wat telt. De Saffier Groep: zorg en huisvesting voor Haagse ouderen sinds 1734 gepresenteerd. K&WH dook hiervoor weer diep in archieven: van 18de-eeuwse oudeliedenhuizen tot moderne woonzorgcentra. Het resultaat is een rijk geïllustreerd boek, dat de geschiedenis van Haagse ouderenzorg schetst. het eerste exemplaar werd in ontvangst genomen door Gerben Hagenaars, directeur Welzijn (Gemeente Den Haag).

Boekpresentatie 'Oog voor wat telt',
v.l.n.r. Ria van Haaften, Gerben Hagenaars, Roland de Wolf.
 Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Drie eeuwen (ouderen)zorg
Saffier is eind 2010 voortgekomen uit een fusie van eerdere organisaties, waarvan de wortels teruggaan tot de 18de eeuw. Zo komen zorglocaties WoonZorgPark Swaenesteyn (1734), Maison Gaspard de Coligny (1745) en WoonZorgPark Loosduinen (1776) voort uit de armen-, wees- en oudeliedenhuizen van verschillende Haagse kerkgemeentes. Mannen en vrouwen leefden hier strikt gescheiden, sliepen op grote gezamenlijke slaapzalen, en hadden nauwelijks privacy of inspraak. Regenten en religie bepaalden alle aspecten van hun dagelijkse leven.

Na 1900 werden op particulier initiatief meer gerieflijke pensions en ‘rusthuizen’ voor ouden van dagen opgericht. Zo stonden daadkrachtige vrouwen achter de oprichting van het huidige Huize Royal (1922) en Mechropa (1955). Na de Tweede Wereldoorlog breidde het sociale zorgstelsel zich in rap tempo uit en werd de bouw van ‘bejaardenoorden’ gestimuleerd door de overheid. De oprichting van Nolenshaghe (voorheen Preva, 1968) en De Lozerhof (1973) zijn voorbeelden uit die periode.

Boekpresentatie 'Oog voor wat telt', toelichting auteurs. Foto: Arnaud Roelofsz/Saffier.
In de jaren 80 bleek de verzorgingsstaat echter niet meer haalbaar. Sindsdien is het zorgbeleid gericht op het zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Het huidige Saffier wil (ouder wordende) mensen ondersteunen om zichzelf te zijn en blijven, thuis wonend of in een van haar locaties. Haar doelstelling is ‘oog voor wat telt’, genieten van de gewone dingen die het leven zo bijzonder maken. Zelfstandig of met hulp van vrienden en familie, en met zorg waar nodig. Saffier ontwikkelt onder meer nieuwe woonconcepten en behandeling voor kwetsbare doelgroepen, niet alleen ouderen. 

Het boek over Saffier en haar voorlopers illustreert hoe de woonvormen, wijze van zorgverlening en (bejaarde) bewonersgroepen in drie eeuwen ingrijpend zijn veranderd. Opvallend is dat veel zorgvraagstukken uit het verleden nog altijd de gemoederen bezighouden. Van de 18de tot de 21ste eeuw – iedere generatie luidt opnieuw de noodklok voor (ouderen)zorg. Dat besef dwingt tot inzicht. Naast verschuivingen in beleid en beroep, komen ook herkenbare en huiselijke zaken aan bod: van de 18de-eeuwse 'schaftlijst' tot de introductie van ‘nieuwigheden’ als warm stromend water en televisie op de kamer. Ook de meest markante bewoners, medewerkers en bestuurders komen voorbij, waarbij opvalt dat tussen hen steeds een warme band ontstond en zij zich door bezuinigingsrondes niet lieten kisten. Kortom: een verrassend en inspirerend boek voor beleidsmakers, zorgverleners, bewoners van zorglocaties en liefhebbers van lokale geschiedenis.

Tentoonstelling 'Oog voor wat telt', Atrium. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Tentoonstelling
De publicatie wordt begeleid door een gelijknamige expositie in het Atrium van het Haagse Stadhuis. Bewust is gekozen voor een ‘huiselijke’ en toegankelijke vorm: een reeks kamerschermen naar ontwerp van Meta Menkveld. Ze zijn te zien tot 20 juli 2017 en reizen daarna langs de zorglocaties van Saffier, zodat ook (minder mobiele) bewoners en wijkgenoten ze daar kunnen bekijken.

Publicatie 
De publicatie is verkrijgbaar voor belangstellenden: Andréa A. Kroon/Audrey Wagtberg Hansen, Oog voor wat telt. De Saffier Groep: zorg en huisvesting voor Haagse ouderen sinds 1734, Den Haag 2017 (ISBN: 978-90-827050-0-3). Bestellingen kunnen worden gericht aan: geschiedenis@saffiergroep.nl. Een bijdrage aan het Welzijnsfonds Saffier wordt hierbij op prijs gesteld. (Het boek vormt tevens de basis voor een serie tijdschriften, waarin steeds de geschiedenis van één zorglocatie, één hoofdstuk, is opgenomen. Deze zijn bestemd voor bewoners en medewerkers van de betreffende locaties van Saffier.)

2016/07/23

Vormen uit Vuur

Graag vragen we aandacht voor het mooie tijdschrift van de Vereniging van Vrienden van Glas en Ceramiek: Vormen uit Vuur. Hieraan mocht Andréa Kroon/K&WH recentelijk twee bijdragen leveren:


'Draken, dodo's en gedrochten. Het fantasierijke oeuvre van Cirque de Pepin' in nr. 231 beschrijft de keramieksculpturen van de Haagse kunstenaar Pepijn van den Nieuwendijk. Hij laat zich onder meer inspireren door Chinees porselein en Delfts-blauwe kaststellen, waaruit dan ook elementen in zijn humoristische en tegelijk macabere kunstwerken zijn terug te vinden.


Het tweede artikel, 'Symbolen en rituelen. Vrijmetselaarssymboliek in Chinees exportporselein', verscheen in nr. 230. Dit gaat in op de productie van punch kommen en ander serviesgoed voor Europese vrijmetselaarsloges rond 1800, en verklaart de complexe symboliek van dit bijzondere type exportporselein.
Beide exemplaren zijn natuurlijk los te bestellen via de redactie, maar kunst- en cultuurliefhebbers raden we aan om zich meteen te laten verleiden tot een lidmaatschap van dit prachtig verzorgde tijdschrift.

Symboliek in architectuur

Hieronder een impressie van de tentoonstelling Symbolen in architectuur: vrijmetselarij van Den Haag tot Java, zoals die op Tong Tong Fair 2016 te zien was: 

Entree tentoonstelling in Cultuurpaviljoen, ontwerp Meta Menkveld. 

Bezoekers nemen selfies in de 'tempel'.
Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.


Ach, net gemist? Het tweede deel van de tentoonstelling is vanaf 29 augustus t/m 16 september 2016 te zien in het Atrium van het Haagse stadhuis. Deze belicht het bijzondere tempelcomplex in De Ruyterstraat 67-67a, dat architect K.P.C. de Bazel in 1913 ontwierp voor de lokale theosofen- en vrijmetselaarsloges. Hij was zelf lid van deze levensbeschouwingen en verwerkte symboliek hieruit in het ontwerp. Het pand, nu onderdeel van het Museum voor Communicatie, is een uniek en toonaangevend voorbeeld van rituele architectuur en westers esoterisch erfgoed. Ook deze tweede expositie, Symbolen in architectuur: de 'tempel' van De Bazel, is een initiatief van de afdeling Monumentenzorg en Welstand.


Replica van een 18de-eeuws Leerlingtableau.

Zijaanzicht van de 'tempel'.
Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.

2016/05/10

Vrijmetselaarstempels: een onderbelichte categorie cultureel erfgoed

Open Monumentendag 2016 zal in het teken van ‘symbolen en iconen’ staan. Daarom kreeg K&WH van de afdeling Monumentenzorg/Gemeente Den Haag de mooie opdracht om een tentoonstelling te maken over Symbolen in architectuur. De expositie belicht een vrijwel onbekende categorie architectuur: de gebouwen van vrijmetselaars.

Inwijding van een vrijmetselaar, gravure, 1745.
Foto: CMC Prins Frederik, Den Haag.
Het eerste deel van de expositie, Symbolen in architectuur (I): vrijmetselarij van Den Haag tot Java, zal vanaf 28 mei te zien zijn op de Tong Tong Fair, het jaarlijkse Aziatische festival op het Malieveld in Den Haag. Vrijmetselarij is een inwijdingsgenootschap, dat veel van haar symboliek ontleent aan het bouwambacht en bijbelse bouwverhalen als dat van de Tempel van Salomo. In de tentoonstelling wordt het ontstaan van de vrijmetselarij in Nederland in 1734 en de rol van loges in de handelscontacten met Azië belicht, als ook de zogeheten logegebouwen die in Den Haag en op Java uit deze activiteiten zijn voortgekomen.
Deze gebouwen worden gekenmerkt door de aanwezigheid van rituele ruimtes, gebruikt voor de inwijdingen. Symbolen spelen een belangrijke rol in dit type gebouwen, zowel in de vorm van decoraties, als in de vorm van 'verborgen' patronen in ontwerpen en plattegronden. Vaak werden ze gebouwd en ingericht door (bekende) architecten en kunstenaars onder de leden van het genootschap, wat ze ook vanuit kunsthistorisch oogpunt van belang maakt.
In Nederland zijn veel logegebouwen gesneuveld in de oorlogsperiode of als gevolg van stadsvernieuwing aan het einde van de 20ste eeuw. Vooral de tempelruimtes moesten het ontgelden. Zo ging eind jaren 90 het meest representatieve voorbeeld op de Fluwelen Burgwal 22 verloren; alleen de gevel staat er nog. Maar Den Haag kan trots zijn op het tempelcomplex in De Ruijterstraat 67-67a, gebouwd in 1913-1916 door architect K.P.C. de Bazel, en nu onderdeel van het Museum voor Communicatie. Dit is een uniek voorbeeld van 'westers esoterische' architectuur. 
De bewaard gebleven logegebouwen op Java zijn eveneens van belang, niet alleen als voorbeeld van dit type rituele architectuur, maar ook als onderdeel van het gedeelde erfgoed (shared heritage) tussen Nederland en Indonesië. De ontwikkeling van de loges en hun ledenbestand, waarin eerst Euraziaten en later ook Aziaten werden opgenomen, weerspiegelde de verschuivingen in koloniale politiek.

Loge De Vriendschap, Soerabaja, opgericht 1809.
Foto: CMC Prins Frederik, Den Haag.
In de tentoonstelling, vormgegeven door Meta Menkveld, kunnen bezoekers zelf de de ‘geheime’ symboliek en rituele functie ontdekken, die de gebouwen van vrijmetselaars zo bijzonder maakt. In september zal het tweede deel van de tentoonstelling, in het kader van Open Monumentendag 2016, te zien zijn in het Atrium van het Stadhuis: Symboliek in architectuur (II): de ‘tempel’ van De Bazel. De aandacht verschuift dan naar het bijzondere, monumentale tempelcomplex van De Bazel uit 1916. Rondom de tentoonstelling wordt een uitgebreid activiteitenprogramma van lezingen, cursussen en rondleidingen door vrijmetselaarstempels aangeboden. Meer informatie is te vinden op tongtongfair.nl/programma en tongtongfair.nl/vrijmetselarij.


2016/05/09

Publicaties online

Een van onze goede voornemens is inmiddels gerealiseerd: het online, voor iedereen, toegankelijk maken van onze oudere publicaties. Via onze profielpagina’s op Academia.edu kunt u artikelen lezen en downloaden over uiteenlopende onderwerpen, zoals:

- Haags-Indisch erfgoed,
- iconografie van de sfinx in de 19de eeuw,
- cultureel erfgoed van de vrijmetselarij,
- ontwerpen en experimenten van Henri Verstijnen (1882-1940),
- het overheidsbeleid m.b.t. textielconservering sinds 1945,
- sierpapier,
- en nog veel meer. 

Het betreft bijdragen aan kunsttijdschriften, postprints van symposia en vouwbladen bij tentoonstellingen. Boeken kunnen pas worden toegevoegd wanneer de oplages uit de handel zijn en/of de uitgever toestemming verleent, dus daarvan zijn alleen korte samenvattingen te zien. 

Klik hier (Andréa Kroon) of hier (Audrey Wagtberg Hansen), en scroll down naar de downloads. Veel leesplezier gewenst. (En mocht u een schrijf- of redactieklusje op uw bureau hebben liggen, benader ons gerust.)

2015/12/07

Mini-maçonniek-museum

Zucht van verlichting: de verdediging van het proefschrift is achter de rug. Het is nog lang nagenieten van alle goede wensen, foto's en het gezellige weerzien met oude vrienden. Voor iedere promovendus is zo'n dag een bijzondere ervaring, maar vast niet iedere promovendus ontvangt daarbij zo'n bijzonder cadeau. Cirque de Pepin ontwierp speciaal voor deze gelegenheid een draagbaar 'vrijmetselaarsmuseum', waarin de fantasiewereld van deze Haagse kunstenaar én alle thema's uit het proefschrift prachtig samenkomen.



Kist met inhoud. Ontwerp: Cirque de Pepin, Den Haag. Fotos: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Het cadeau kreeg de vorm van een kistje, geïnspireerd op 19de-eeuws Japanse lakdozen met maçonnieke tableaus. In plaats van de Tempel van Salomo staat hierin een geleerde uil als symbool voor de wetenschapper centraal. Op de onderzijde prijkt een dodo, een persoonlijke mascotte die ook in het proefschrift zijdelings voorbij komt. De kist behelst bovendien drie kleinere voorwerpen, waarin de symboliek van de vrijmetselarij is vermengd met Aziatische motieven. Een blauw-witte kom, geïnspireerd op Chinees exportporselein, waarin het uiltje opnieuw opduikt. Een koddige dodo in kleuren, die verwijzen naar imari porselein. Een schootsvel, opgerold in Chinese papier, zoals een vrijmetselaar dat vermoedelijk in zijn reiskist mee naar Azië nam. Op de kolommen prijken 'lange lijzen'.

Dodo, kom en schootsvel. Ontwerp: Cirque de Pepin. Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag. 
Detail van de onderzijde van de kist. Ontwerp: Cirque de Pepin. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Daarmee was de koek echter nog niet op. Cirque de Pepin portretteerde ook de promotor, co-promotor en promovenda in een drieluik. Ieder van hen ontving zijn/haar eigen portret, geïnspireerd op Daguerrotypieën en exportporselein. Zo weerspiegelen de drie delen hun gezamenlijke reis door de tijd naar Azië. 

De Legendarische Hoogleraren I en II, en De Promovendus. Ontwerp: Cirque de Pepin. Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Verder kregen de hoogleraren van de oppositiecommissie als dank voor hun sympathieke vraagstelling ('we're not here to praise Ceasar, but to bury him') een speciaal flesje Vry Metselaar's Kruyt van Van Kleef 1842, met een etiket naar een prent van Hogarth. Deze prent werd in het proefschrift geïdentificeerd als een referentie aan een tafelloge. (Helaas voor vrijmetselaren: het flesje is niet in de handel.)

Etiketontwerp van Cirque de Pepin.
Achteraf begrijp ik dat er (hoe toepasselijk!) een aantal 'secret meetings' met de kunstenaar heeft plaatsgevonden. Is het niet een beetje zorgelijk dat mijn vennoot in K&WH er zo goed in geslaagd is dit snode cadeauplan volkomen voor mij verborgen te houden? Wat voorspelt dat voor de zakelijke samenwerking? Genoeg gegrapt, ik ben superblij met dit mooie aandenken en in één klap beginnend collectioneur. Dank aan Pepijn, de paranimfen en alle lieve samenzweerders voor hun gulle bijdragen aan dit geweldige cadeau! xxx Andréa.

Meer info over Cirque de Pepin: 
http://pepijnvandennieuwendijk.com.
https://nl-nl.facebook.com/pepijn.vandennieuwendijk
https://www.flickr.com/photos/pepijn-van-den-nieuwendijk/

Dodo of geen dodo?

'Bij zon en maan, wind en regen, kom je leuke dingen tegen', zo stond in de jaren 70 in de Nederlande editie van Dr. Seuss leesboekjes. Het spreukje gaat zeker op bij archiefonderzoek, waarbij je soms leuke dingen vindt die helemaal niets met je onderzoeksonderwerp te maken hebben. Zo kwam Andréa Kroon bij haar onderzoek in 19de-eeuwse vrijmetselaarsarchieven uit Semarang (Java), in verder doodserieuze notulenboeken, in een kantlijn een klein schetsje tegen van een vogel. Op het eerste gezicht dacht ze: een dodo! Zoals trouwe bloglezers weten, heeft K&WH namelijk iets met dodo's. In de 19de eeuw was dat beest echter allang uitgestorven, dus is dit niet 'wishful thinking'? Deze doodle zou natuurlijk ook een artistiek minder geslaagd portret van een Javaanse vogel kunnen zijn, of gewoon een 'mislukte' kip of duif.

Schets in archief van loge La Constante et Fidèle, Semarang, ca. 1815. Collectie: CMC 'Prins Frederik', Den Haag. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
Zoals Andréa in haar recent voltooide proefschrift schrijft, was er in de 18de en 19de eeuw een druk verkeer tussen de verschillende vrijmetselaarsloges langs de handelsroute om de Kaap naar Azië. Uit visiteurenboeken van loges op Java blijkt dat zij regelmatig werden bezocht door Franse vrijmetselaren van Mauritius, die in militaire dienst of een handelsfunctie de wereld afreisden. De dodo had rond 1815, van welk jaar de bewuste notulen dateren, al iets van zijn legendarische status. De vogel werd afgebeeld door natuurhistorici, die het nog altijd niet precies eens zijn over zijn uiterlijk. Je kunt je goed voorstellen, hoe een logelid uit Mauritius in een pauze aan zijn 'Broeder' in Semarang heeft willen uitleggen, welke vreemde vogels vroeger op zijn eiland zwierven. Zou het dan toch een dodo zijn? We zijn benieuwd naar de mening van lezers, reageer gerust.

Schetsen uit het scheepsjournaal van De Gelderland,
begin 17de eeuw. Collectie: Nationaal Archief, Den Haag.
Foto: Wiki Commons.

2015/10/03

Het is af !

Het is al een tijdje stil op deze blog, omdat K&WH heeft ondervonden dat spreekwoordelijke 'laatste loodjes' inderdaad zwaar kunnen wegen. De afgelopen jaren werkte Andréa Kroon als buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden aan een proefschrift, dat zij in november zal verdedigen. In het bulletin van de VNK beschreef ze recentelijk hoe een buitenpromovendus die tevens zelfstandig ondernemer is, eigenlijk maar een vreemde eend in de bijt is in het universitaire wereldje.

Prent uit de reeks Assemblée des Francs-Maçons, 1744.

Waar gaat dat kunsthistorische proefschrift eigenlijk over? Masonic networks, material culture & international trade. The participation of Dutch freemasons in the cultural & commercial exchange with Southeast Asia, 1735-1853 is de formele titel van het boek. Dit beschrijft in zo'n 900 pagina's de oprichting van vrijmetselaarsloges langs de handelsroute naar India, Ceylon, Nederlands-Indië, Japan en China. Die loges hadden veel VOC-personeel en latere handelslieden als leden. Ze hebben een bijzondere materiële cultuur voortgebracht, van logegebouwen op Java tot Japans lakwerk met vrijmetselaars-symbolen. Dat onderwerp vroeg om het combineren van visies uit verschillende vakgebieden, wat straks ook terug te zien zal zijn in de samenstelling van de oppositiecommissie. Over de inhoud van het boek later natuurlijk meer, maar eerst moet de auteur de ceremonie nog doorstaan.


De uitnodiging voor de verdediging werd ontworpen door de Haagse kunstenaar Pepijn van den Nieuwendijk, waaraan we in deze blog al eerder aandacht besteedden. Toepasselijker kan niet, want juist deze kunstenaar liet zich in zijn ontwerpen vaak inspireren door Chinees porselein. We hopen dat hij als vervolg op De intellectuelen wellicht in de toekomst De kunsthistorici eens treffend zal portretteren...

2014/09/08

Tea for Two



Ter voorbereiding van haar mooie tentoonstelling Op de Thee, deed Keramiekmuseum Princessehof enkele weken geleden een oproep om je persoonlijke 'theeverhaal' te delen. De leukste reacties werden in de audiotour bij de tentoonstelling opgenomen. Natuurlijk hebben K&WH als grote theeliefhebbers ook op de oproep gereageerd, en tot onze verrassing werd onze reactie geselecteerd en beloond met vrijkaartjes, een high tea en vermelding van het verhaal op de menukaart van het museumrestaurant. Een reden om het verhaal ook via deze blog te delen:

In de jaren '80 zaten de dames K&WH op de middelbare school in Den Haag. Eerlijk gezegd spijbelden we regelmatig (foei!), maar we waren geen typische 'hangjongeren' en haalden ook geen kattenkwaad uit. In plaats daarvan maakten we in die gestolen uurtjes ons gespaarde zakgeld op door bij de sjieke patisserie Plasman op de Frederik Hendriklaan een high tea te genieten. Daarbij kreeg je behalve sandwiches, cake en bonbons ook een piepklein kannetje rum voor in de thee. Natuurlijk zijn we wel eens gespot door de moeders van klasgenootjes die hier ook thee kwamen drinken, maar zij dachten vast dat we een vrij tussenuur hadden. De aardige serveerster had het allemaal wel door, maar kneep gewoon een oogje dicht.

Van het spijbelen hebben we overigens geen nadeel ondervonden, je af en toe onttrekken aan sleur en gezag leidt niet automatisch tot galg en rad. We gingen allebei kunstgeschiedenis studeren en hebben inmiddels alweer 15 jaar een bedrijf op dat vakgebied. Dat betekent veel schrijven met een pot Earl Grey of Pouchkine van Betjeman & Barton naast het toetsenbord. Thee en theeserviezen spelen ook op de een of andere manier een rol in ons werk. We schreven bijvoorbeeld een boek over Henri Verstijnen, ontwerper van theeserviezen voor de Société Céramique rond 1900. Andréa is een promotieonderzoek aan het afronden over Chinees porselein: theekommetjes speciaal gemaakt voor 18de-eeuwse vrijmetselaren. Aan de rijke geschiedenis van Plasman hopen we in de nabije toekomst aandacht te besteden in een culinair deeltje van onze zakboekjesreeks Den Haag rond 1900. De banketbakkerij is inmiddels gemoderniseerd en de lekkere champagne-bosbessentaart van toen is uit het assortiment gehaald, maar we komen er nog graag.

Bakkerij Plasman, Frederik Hendriklaan, ca. 1910.
Foto: Haags Gemeentearchief.

2014/05/28

Kantjil en de Ooievaar

Vandaag kreeg Den Haag twee bijzondere wajangpoppen aangeboden: een ooievaar en - omdat deze niet hongerig mag worden - een paling. Wajangspeler Ki Ledjar Soebroto overhandigde deze speciaal voor de gelegenheid gemaakte poppen aan wethouder Rabin Baldewsingh bij de opening van drie tentoonstellingen in het Atrium van het Stadhuis.
Oma's sarong, familieverhalen in batik belicht de rijke symboliek van de batik belanda aan de hand van doeken die via Indische families in Nederland terecht zijn gekomen. De tentoonstelling Wajangpoppen toont het bijzondere werk van de gerenommeerde Indonesische wajangspeler Ki Ledjar Soebroto en zijn kleinzoon Ananto Wicaksono, die deze verdwijnende kunstvorm voortzet. De poppen verbeelden het verhaal van Kantjil, het dwerghertje.

Ki Ledjar Soebroto overhandigt de ooievaar wajang aan wethouder
Baldewsingh. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen, Den Haag.
De derde tentoonstelling belicht Indisch erfgoed in Den Haag in het kader van het project Sporen van Smaragd van de afdeling Monumentenzorg en Welstand. Een pleintje met een viertal huisjes laat zien welke herinneringen aan voormalig Nederlands-Indië door repatrianten en migranten werden meegenomen naar Den Haag. Die herinneringen zijn als glas-in-lood, gevelsculptuur en andere bouwelementen nog terug te vinden in het huidige stadsbeeld. In het midden het pleintje staat een boom, die bezoekers vraagt wat zij het liefst zouden meenemen bij vertrek uit Den Haag. Zij kunnen het antwoord op een boomblaadje schrijven en dat in de boom hangen, waardoor deze steeds verder groeit met wensen en herinneringen.

Tentoonstelling Indisch Erfgoed, Atrium. Foto: Meta Menkveld, Den Haag.
De opening van deze tentoonstellingen is natuurlijk een opmaat naar de jaarlijkse Tong Tong Fair, die op 29 mei weer losbarst op het Malieveld. K&WH mocht in het kader van Sporen van Smaragd opnieuw meewerken aan een tentoonstelling in het Cultuurpaviljoen. Dit jaar is het thema Heimwee en Inspiratie. De tentoonstelling daagt bezoekers op een speelse manier uit om zelf te ontdekken welke elementen uit het stadsbeeld zijn ontleend aan het dagelijks leven in voormalig Nederlands-Indië. Die elementen kunnen zij terugvinden, voelen, horen en ruiken in reiskisten, wat de presentatie ook geschikt maakt voor jongere bezoekers. (Die speelse elementen maakten de samenwerking met Monumentenzorg en vormgeefster Meta Menkveld aan dit projectonderdeel ook voor K&WH extra leuk.)
Aansluitend op het thema Heimwee & Inspiratie wordt een creatieve workshop georganiseerd op 2 en 3 juni in het Bengkel Theater. Deelnemers kunnen zelf een tasje bedrukken met Haags-Indische motieven. Kunstenares en docente Juliette Pestel ontwierp hiervoor stempels en sjablonen. De workshop zal ook in het Atrium worden aangeboden (data volgen). Fashionista's opgelet: een tasje waarin deze Haags-Indische motieven zijn verwerkt, is tijdens de Tong Tong Fair in een limited edition te koop.



Het kan niet op: op 30 mei vindt in het Tong Tong Theater de première plaats van de documentaire Sporen van Smaragd, die filmmaakster Ida Does verzorgde naar aanleiding van het gelijknamige boek uit 2013. Hierin treedt de bekende schrijfster Yvonne Keuls op als vertelster. Vandaag was K&WH al bij de persviewing, waar Does en Keuls vertelden welke indruk het project op hen heeft gemaakt. Het contrast tussen monumentale schoonheid en de schaduw van het koloniale verleden riep bij hen beiden soms een dubbel gevoel op. Aan de hand van haar eigen familiegeschiedenis neemt Keuls de kijker mee op een reis door de Hofstad, vol herkenning en verrassingen. Deze reis begint bij Nieuwe of Littéraire Sociëteit de Witte, in de 19de eeuw gefrequenteerd door verlofgangers, en eindigt bij het standbeeld van de Indische Tantes op de Fred. De kijker ontdekt prachtig Indisch erfgoed achter gesloten deuren, van ambassadegebouwen tot de Indische Zaal in Paleis Noordeinde. Ida Does heeft in deze documentaire zowel de schoonheid als kwetsbaarheid van dit gedeelde erfgoed in beeld gebracht. Glas-in-lood lijkt dan ook als een rode draad door de film te lopen. De beelden worden ondersteund door prachtige muziek met eveneens Indische inspiraties. Hopelijk wordt de documentaire snel opgepikt door een omroep, want ze verdient een breed publiek.