2012/11/28

K&WH tweet-actie

In het kader van de komende feestmaand organiseert K&WH een leuke actie voor haar volgers op twitter. Van uitgeverij De Nieuwe Haagsche mogen we enkele prachtige boeken uit haar collectie verloten. Ook de Monumentenzorg Den Haag heeft hiervoor enkele titels uit de VOM-reeks ter beschikking gesteld. Het betreft dus bijzondere boeken over (Haagse) kunst, geschiedenis en monumenten.
Meedoen? Volg ons dan op @KWHnieuws en hou de actietweets in december en januari in de gaten.

2012/10/15

Van woonhuis tot poptempel


Prinsegracht 12.
Foto: Kroon & Wagtberg Hansen.
Het Haagse muziekcentrum Paard van Troje bestaat 40 jaar. Op 19 oktober a.s. wordt het historische archief van het Paard, dat van belang is voor zowel de muziekgeschiedenis als de geschiedenis van Den Haag, formeel overgedragen aan het Haags Gemeentearchief. Dit markeert ook de opening van twee jubileumtentoonstellingen over het Paard in het Atrium en de Affichegalerij, te zien tot 7 januari 2013. 
Deze blogpost maakt vanuit dat jubileum een fikse zijstap, richting de geschiedenis van Prinsegracht 12 - het pand waarin het Paard is gevestigd. De bouwhistorie van dit Rijksmonument gaat maar liefst terug tot 1640. Lang voordat hier in de 20ste eeuw een muziekcentrum werd gevestigd, was het pand een woonhuis en was een van de opmerkelijkste bewoners Adelberth de Bourbon (1840-1887).[1] 

Deze Adelberth was een zoon van Louis Charles Guillaume de Bourbon (oftewel Carl Wilhelm Naundorff, †1845) , één van de bekende Franse troonpretendenten. Hij claimde de verdwenen dauphin, kroonprins Lodewijk XVII, te zijn (onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat zijn DNA niet aan dat van de koninklijke familie is verwant). Ook Adelberth noemde zich De Bourbon, wat hem ondanks (en dankzij) de controverse over zijn afkomst in heel Europa toegang gaf tot de betere kringen. Hij maakte een bescheiden militaire carrière en had de functie van kapitein der jagers en grenadiers, toen hij in 1869 in Den Haag op de Prinsegracht kwam wonen met zijn vrouw, Maria Catharina Johanna Adriana du Quesne (1834-1915). Het echtpaar kreeg vijf kinderen, maar het huwelijk liep stuk en werd in 1886 weer ontbonden. Adelberth lijkt nogal een bon-vivant te zijn geweest en heeft een interessante rol gespeeld in de bloeiperiode van het esoterische milieu van Den Haag. 

Adelberth de Bourbon.
Voor zijn vestiging in Den Haag was Adelberth lid van de vrijmetselaarsloge Het Vrij Geweeten te Breda. Eenmaal in de Hofstad sloot hij zich aan bij spiritualistengenootschap Oromase. Het spiritualisme (spiritisme) was in het midden van de 19de eeuw een populair fenomeen. In besloten kring werden séances gehouden, bijeenkomsten waarbij men via een medium in contact probeerde te komen met de geestenwereld. Leden van Oromase wilden dit fenomeen onderzoeken en deden daartoe experimenten met zowel lokale als internationaal bekende mediums. Meestal vonden zulke bijeenkomsten plaats bij leden thuis en werden de waargenomen klopgeluiden, aanrakingen door onzichtbare handen en een enkele geestverschijning nauwgezet genotuleerd. 

In 1872 deed De Bourbon bij Oromase enthousiast verslag van de séances die hij tijdens reizen door Engeland en België had bijgewoond, maar in 1877 nam hij ontslag als lid. Mogelijk verloor hij zijn interesse in Oromase, omdat hij inmiddels kennis had gemaakt met de theosofie, een nieuwe beweging die onder leiding van Helena Blavatsky oosters gedachtegoed populair maakte in het westen. Adelberth zou in 1881 samen met zijn vriend Thomas van Stolk (1826-1882) in Den Haag de eerste Nederlandse theosofenloge, Post Nubila Lux, oprichten. Andere leden waren kunstenaars David Adolphe Constant Artz (1837-1890, een lid van de Haagsche School), Anthony Lodewijk George Offermans (1854-1911, later huisgenoot van De Bourbon) en Ferdinand Bernhard Hoppe (1841-1922, een Duitse schilder die zich in Nederland toelegde op impressionistische landschappen).

[1] Ontleend aan: Andréa Kroon/Audrey Wagtberg Hansen, Geheim Den Haag. Vrijmetselaarstempels en andere esoterische gebouwen in Den Haag rond 1900, Den Haag, 2011, pp. 146-149.

2012/10/09

Ode aan Praz



Zoals we in een eerdere blog signaleerden, is de verbeelding van de dood in de kunst een ‘trending topic’ binnen het vakgebied. Het Staedel Museum in Frankfurt komt nu met de tentoonstelling Schwarze Romantik. Von Goya bis Max Ernst (waarom eigenlijk de één zonder en de ander met voornaam?). Ze is geheel gewijd aan de duistere zijde van de kunst uit de negentiende en begin twintigste eeuw.
 J.H. Füssli, Der Nachtmahr, 1790-91.
© Frankfurter Goethe-Haus - Freies Deutsches Hochstift
De inspiratiebron voor de samenstellers was het bekende boek van Mario Praz, La carne, la morte e il diavolo nella letteratura romantica, uit 1930 (dat in vertaling als The Romantic Agony in de K&WH boekenkast staat). De tentoonstelling laat zien hoe kunstenaars gefascineerd werden door gruwel en lijden, de ‘zieke’ hoekjes van de menselijke geest, het mysterieuze, de eenzaamheid, het kwaad en natuurlijk de dood.
De tentoonstelling is opgebouwd uit zeven delen. De draad wordt opgepakt bij de bloedige gebeurtenissen tijdens de Franse Revolutie. De harde strijd en de daaropvolgende periode van ontnuchterende wetenschappelijke ontdekkingen, stimuleerden kunstenaars de harde, realistische zijde van het leven te verbeelden. Er ontstond echter een tegenbeweging, die zich van de rede afkeerde naar de droom en het onderbewuste, en van het zonnige landschap naar het avondrood en de nacht. Uiteraard ontbreekt De Nachtmerrie van Johan Heinrich Füssli (1741-1825), een iconisch schilderij, niet in deze presentatie.

F.W. Murnau (1888-1931), filmstill uit Nosferatu. Eine Symphony des Grauens, 1922.© Friedrich-Wilhelm-Murnau-Stiftung
Voor deze expositie zijn meesterwerken bij elkaar gehaald: van Romantici als Goya, Füssli, Blake en Friedrich, tot Symbolisten als Moreau, Redon en Klinger, en Surrealisten als Magritte, Dalí en Ernst. Naast meer dan 200 kunstwerken worden filmfragmenten van horrorklassiekers als F.W. Murnau’s Nosferatu (1922) en James Whale’s Frankenstein (1931) getoond. Als smaakmaker dient deze video:



Wie de eerdere kaskrakers Kunst und Wahn (Wenen, 1997) en Melancholie (Parijs, 2005) heeft gemist, moet beslist een inhaalslag maken door nu naar Frankfurt te reizen.
Carlos Schwabe, The Wave, 1907.
© Musée d’art et d’histoire de la Ville de Genève
De tentoonstelling is overigens onderdeel van een groter project Impuls Romantik, opgezet door het Kulturfonds Frankfurt RheinMain. In de periode 2012-2014 wordt de Romantiek in diverse evenementen belicht, met nadruk op vele regionale kunstenaars en auteurs, zoals Goethe en de gebroeders Grimm. Dergelijke ambitieuze en langdurige initiatieven zie je helaas niet zo snel in ons landje. Een geweldig interessant initiatief, dat hopelijk zeer succesvol zal zijn en navolging zal krijgen. Na Frankfurt reist de tentoonstelling in 2013 door naar het Musée d’Orsay, dan met de pakkende titel L'ange du bizarre. Le romantisme du Goya à Max Ernst.

Feestelijke boekpresentatie

Op 4 oktober werd het jubileumjaar van de Kessler Stichting feestelijk afgesloten met een symposium, waarna de presentatie van het jubileumboek plaatsvond. K&WH was erbij. Hieronder een impressie van de dag. Fotograaf Henriëtte Guest maakte een beeldverslag, waarvan we enkele foto's mochten gebruiken:



Bij de Koninklijke Schouwburg worden gasten nog ouderwets in stijl ontvangen door een portier. Foto: Kroon & Wagtberg Hansen.
Feestelijke petit fours. Foto: H. Guest.
Auteurs en uitgever achter de boekentafel.Foto: H. Guest.
Volle bak bij de presentatie van de Canon Maatschappelijke Opvang
(spot K&WH uiterst links). 
Foto: H. Guest.
Burgemeester Jozias van Aartsen neemt het eerste exemplaar van het jubileumboek in ontvangst van Bram Schinkelshoek, directeur van de Kessler Stichting. Foto: H. Guest.

2012/10/08

Eric Verstijnen (1910-1945)


Repetitie van The Queen's Melodists bij een van de leden, ca. 1924. Eric Verstijnen uiterst rechts op saxofoon. Foto: archief Verstijnen/Kroon & Wagtberg Hansen. Overname niet toegestaan.
Verschillende leden van de familie Verstijnen hadden artistiek talent. Eerder schreven we in een boek over kunstenaar Henri Verstijnen (1882-1945), nu richten we onze speurtocht op zijn neef: Eric Verstijnen (1910-1945). Zijn vader was in Nederlands-Indië opgegroeid en bewoog zich in het Haags-Indische repatrianten-milieu. Eric werd geboren te Vianen, maar groeide op in Den Haag. Hij was leerling op het Eerste Gymnasium (nu: Gymnasium Haganum). Op jonge leeftijd leerde hij saxofoon spelen en op zijn 14de werd hij lid van het studenten jazzorkest The Queen's Melodists. Tot 1929 trad deze band regelmatig op bij benefietavonden en verenigingsfeesten van de welgestelde burgerij in onder meer Hotel de Twee Steden en het Kurhaus. Misschien was hun succes een van de redenen dat Eric pas op zijn 21ste zijn diploma zou halen op het Tweede Gymnasium (nu: Maerlant Lyceum).
Als tiener tekende Eric schetsboeken vol met striptekeningen en karikaturen, die doen denken aan de boeken en films over dr. Fu Manchu. Hij kwam regelmatig in Katendrecht, het Chinatown van Rotterdam, waar hij Chinees leerde. Op aandringen van zijn vader, de notaris van Scheveningen, ging Eric in 1932 Rechten studeren in Leiden. De verwachting was dat hij de praktijk van zijn vader zou overnemen, maar zijn interesse lag bij Sinologie (Chinakunde) en hij zat daar meer in de collegebanken dan bij Rechten. Om een confrontatie met zijn ouders te vermijden, schikte hij zich in de rol van 'eeuwige student'. Hij werd lid van het Leids Studenten Corps en in 1934 redacteur van het studentenblad Virtus Concordia Fides, waarin hij zowel karikaturen als verhalen publiceerde. Ter gelegenheid van het corpsjubileum in 1937 werden zijn Avonturen van Sodko gebundeld en gepubliceerd.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dwong vele studenten, ook Eric, om snel volwassen te worden. Hij was aan moederszijde verwant aan de joodse familie Mendes da Costa. Hoewel zijn moeder volgens de door de bezetter gehanteerde rassenregels net buiten schot bleef, werden haar nichtjes gedeporteerd. Zijn ouders moesten hun woning en de notarispraktijk verlaten vanwege de bouw van de Atlantikwall. Toen studenten werden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, is Eric vermoedelijk ondergedoken. Wat zich vervolgens heeft afgespeeld is niet helemaal onduidelijk.
In 1944 werd Eric met zijn zuster Madelon, andere studenten en verzetsleden uit de groep rond Vic Swane in Hotel Montholon te Parijs gearresteerd, vermoedelijk als rechtstreeks gevolg van verraad door Christiaan Lindemans (King Kong). Als Nacht und Nebel-gevangene werd Eric getransporteerd naar Compiegne en Fresnes, en van daaruit naar Dachau en uiteindelijk kamp Vaihingen, waar hij in januari 1945 overleed. Tekenend is dat hij bij registratie zijn beroep opgaf als 'kunstenaar'.

Eric Verstijnen (1910-1945). Foto: archief  Verstijnen/Kroon & Wagtberg  Hansen. Overname niet toegestaan.
K&WH bereidt een uitgave van Erics tekeningen en verhalen voor, en is op zoek naar relevante documentatie en beeldmateriaal. Bent u in het bezit van correspondentie of foto's van de Haagse jazzband The Queen's Melodists, van vrienden uit Erics studententijd of de genoemde verzetsgroep? Neem dan a.u.b. contact op met audrey[at]kroonwagtberghansen.nl. Alle reacties worden strikt vertrouwelijk behandeld.

2012/10/05

Fatale reislust

Voordat K&WH werd opgericht, werkten wij afzonderlijk als freelance kunsthistorici. Een van de eerste opdrachten kwam van het (destijds net opgerichte) Instituut Collectie Nederland. Joost Willink leidde daar een interessant project over de geschiedenis van het restauratiebeleid van de overheid, waarbij verschillende freelancers zich ieder op de ontwikkelingen binnen een bepaalde discipline concentreerden: schilderijen, meubels, textiel, etc. De archieven van de Rijksinspecteur voor het cultureel erfgoed, D.F. Lunsigh Scheurleer, vormden de basis voor het onderzoek. Het eindresultaat was de publicatie: Roerend Erfgoed; ruim een halve eeuw Rijkszorg voor collecties (nog altijd te bestellen bij Primavera Pers).

De herinnering aan die leuke tijd kwam bovendrijven omdat Willink nu de media bestormt met zijn fascinerende boek Reis naar het noodlot. Het Afrikaanse avontuur van Alexine Tinne (1835-1869). Dit belicht het leven van de Haagse aristocrate en 'ontdekkingsreizigster' Alexine Tinne (1835-1869). Zij verbijsterde haar landgenoten met een oneigentijdse manier van leven en had een zucht naar avontuur, die velen - en uiteindelijk ook zijzelf - met de dood moesten bekopen. Willink doet in zijn boek boeiend verslag van de expeditie die Tinne samen met haar moeder in Afrika ondernam, en laat daarbij zien hoe gedegen het archiefonderzoek is geweest, waarbij ontdekking na ontdekking werd gedaan. Naast vele brieven zijn ook de door Tinne zelf gemaakte foto’s bewaard gebleven. Delen uit haar etnografische verzameling zijn in het World Museum in Liverpool terecht gekomen. Een selectie van deze bijzondere documenten en voorwerpen, waaronder nooit eerder getoonde familiestukken, worden van 13 oktober 2012 t/m 17 februari 2013  in het Haags Historisch Museum tentoongesteld. Een passende kroon op een prachtig project! Het museum organiseert allerlei nevenactiviteiten, waaronder een lezing en een bezoek aan Tinne's voormalige woonhuis op het Lange Voorhout. Het volledige programma is te vinden op de website van het museum.

2012/09/25

D.A.J. Kessler

Op 4 oktober 2012 vindt in de Koninklijke Schouwburg te Den Haag het jubileumsymposium van de Kessler Stichting plaats. Wie was eigenlijk deze Kessler, de naamgever van de stichting?

Kopie van portret D.A.J. Kessler, collectie Kessler Stichting.
(Origineel door Antoon van Welie in collectie Rijksmuseum.)
Foto: http://www.flickr.com/photos/kesslerstichting/.
Dominicus Anthonius Josephus Kessler (1855-1939) werd geboren te Batavia, maar genoot zijn opleiding grotendeels in Brabant. Om buitenlandse ervaring op te doen reisde Kessler naar Verviers en Liverpool. Hij deed examen bij de Nederlandsche Handelsmaatschappij en kreeg een betrekking bij een kantoor van de NHM in Nederlands-Indië. Samen met zijn broer, Jean Baptiste August Kessler (1853-1900), kocht hij een plantage in de omgeving van Rembang (Java). Vervolgens verhuisde hij naar Tjikorai, waar hij administrateur werd van de latere Cultuurmaatschappij Margaretha.
In 1887 kwam Kessler terug naar Nederland. Tijdelijk gaf hij les in de Maleisische taal aan de Openbare Handelsschool te Amsterdam. Zijn broer kreeg ondertussen de leiding van de in 1890 opgerichte Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië (KNPM, later Shell). Om hem te ondersteunen keerde Kessler in 1894 terug naar Indië, waar hij met zijn broer samenwerkte en zelf directeur werd van de Petroleum-Maatschappij Sumatra-Palembang (Sumpal). Met de oliehandel vergaarden ze een groot fortuin.
Kessler was voor werkbezoek in Nederland toen zijn broer in 1900 overleed, en besloot nu voorgoed te blijven. In 1905 betrok hij met zijn gezin Villa Duinhof aan Parkweg 9 in Den Haag. Van 1908 tot 1919 was hij (liberaal) lid van de Gemeenteraad. Daarnaast bleef hij directeur van verschillende cultuur-, olie- en mijnbouwondernemingen, en richtte hij zich op het verzamelen van kunst en op filantropie. 

Zo was Kessler medeoprichter van de Vereeniging ‘Tehuis voor Onbehuisden’ in 1912 en bestuurslid tot zijn dood in 1939, hetgeen van grote betrokkenheid getuigt. Het tehuis wilde dak- en thuislozen opvangen en hen door (interne) werkverschaffing en opleiding een weg terug naar de samenleving bieden. In 1921 moest het tehuis noodgedwongen verhuizen, terwijl er onvoldoende fondsen waren om de beoogde nieuwbouw te realiseren. Kessler schreef aan het bestuur: 
Het doel waarvoor wij werken komt mij echter zoo belangrijk voor dat het niet in gevaar mag worden gebracht door onmacht of vertraging. Het beteekent immers niet minder dan voorziening in een socialen nood en in opheffing, wellicht zelfs in redding van hen, die door ongunstige levensomstandigheden gezonken zijn of staan te zinken.
Kessler deed daarom een donatie van 200.000 gulden, een gigantisch bedrag in die tijd, waarmee een modern ingerichte nieuwbouw aan De la Reykade (nu De la Reyweg) kon worden gerealiseerd. Uit dank voor deze gulle gift werd het nieuwe gebouw naar Kessler vernoemd. Zonder hieraan publieke bekendheid te geven heeft Kessler later nog minstens twee maal een grote geldsom geschonken, eenmaal ten behoeve van de vrouwenvleugel van het tehuis en een tweede maal om een hypotheekschuld af te lossen. Zo'n stil gebaar paste in de filosofie, die in Kesslers lijfspreuk was verwoord: 
Denk breed, praat weinig, lach spoedig, werk hard, heb veel lief, geef gemakkelijk, betaal contant en wees vriendelijk. Dat is genoeg. 
In 1925 werd Kesslers 70ste verjaardag uitbundig gevierd in Villa Duinhof. Als geschenk werd hem hierbij door het jubileumcomité toegezegd dat de bekende kunstenaar Antoon van Welie (1866-1956) bij wijze van geschenk zijn portret zou vervaardigen. De handtekeningen van de schenkers werden opgenomen in een fraai herinneringsalbum van de Haagsche Drukkerij. Later op de avond werd in Huize Voorhout een diner georganiseerd, waarna een film over Kessler werd vertoond. Deze was gemaakt door Albert Frères, het productiebureau van de Haagse cineast Willy Mullens (1880-1952).

Voor zijn vele verdiensten werd Kessler benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Na zijn overlijden werd een deel van zijn kunstverzameling opgenomen in de collecties van het Rijksmuseum te Amsterdam en het Teylers Museum in Haarlem. De familienaam Kessler kreeg in Nederland ook bekendheid vanwege de vele voetballers in de familie, waaronder Dé, Tonny, Boeli en Dolf.


Meer over de boeiende geschiedenis van het Tehuis voor Onbehuisden en Kesslers jarenlange betrokkenheid hierbij is te lezen in de jubileumpublicatie: Andréa Kroon/Audrey Wagtberg Hansen, Kessler Stichting, 100 jaar thuis in Den Haag. Ontwikkelingen in de opvang en begeleiding van dak- en thuislozen, uitgeverij De Nieuwe Haagsche, Den Haag 2012 (ISBN 9789491168352, € 21,50). Het boek wordt op het genoemde symposium gepresenteerd door stichtingsdirecteur Bram Schinkelshoek aan burgemeester Jozias van Aartsen. K&WH vindt u achter de boekentafel. (Aanmelden voor het symposium kan via deze website.)

2012/09/15

Beardsley revisited

Liefhebbers van kunst en literatuur rond 1900 hebben ongetwijfeld de recente blog van Sander Bink gelezen, waarin een navolger van Aubrey Beardsley (1872-1898) werd belicht. De populariteit van deze Engelse kunstenaar is af te lezen aan het aantal boeken, reproducties, posters en kaarten dat in omloop is gebracht, dus het lijkt een kwestie van tijd voordat een Nederlands museum een tentoonstelling over hem zal organiseren. Misschien wil AVRO's Close-Up dan ook de draad oppakken, die regisseur John Selwyn Gilbert in Beardsley and his Work aanreikte. Deze documentaire dateert alweer uit 1982 (!) en komt dan ook wat gedateerd over, maar biedt nog steeds een goede kennismaking met de kunstenaar:



Bij de laatste grote overzichtstentoonstelling over Beardsley in het Victoria & Albert Museum in 1998, werd After Beardsley vertoond. Deze film van kunstenaar Chris James dateert uit 1981 en was een poging om zowel een terugblik, als een contemporaine interpretatie van het oeuvre te geven:



Misschien wel het meest geliefd bij het grote publiek, zijn Beardsley's illustraties voor Oscar Wilde's Salomé. In 1923 maakte regisseur Charles Bryant met een exorbitant budget een filmversie van dit toneelstuk, waarin producente Alla Nazimova tevens de hoofdrol speelde. Kostuums en decor grepen losjes terug op de genoemde illustraties uit 1894:



Dit is nou echt een onderwerp, dat een stijlvolle remake verdient...

2012/09/05

Weer Pre-Rafaelieten in Londen

Mits je van 19de-eeuwse kunst houdt, word je hier nooit moe van: Tate Britain (Londen) organiseert opnieuw een mooie overzichtstentoonstelling over de Pre-Raphaelieten. Zij worden gezien als de vertegenwoordigers van de eerste Britse moderne kunststroming, ingaand tegen de heersende mode met hun typerende stijl en afwijkende onderwerpskeuzes. Van 12 september 2012 t/m 13 januari 2013 wordt in Pre-Raphaelites.Victorian Avant-garde de invloed van deze stroming op verschillende disciplines getoond, van schilderijen en sculptuur tot toegepaste kunst. Uiteraard is het werk van de bekendste leden van de groep vertegenwoordigd, waaronder dat van Dante Gabriel Rossetti, Edward Burne-Jones en John Everett Millais. De nadruk ligt op de stijlbreuk, waarvoor zij destijds als avant-gardisten verantwoordelijk waren.

De Engelse krant The Telegraph heeft in het kader van de tentoonstelling de prachtige fashion shoot Dramatic License van fotograaf Jeff Bark op haar website geplaatst. Bekijk deze hier.

Tekenend voor de aanhoudende populariteit van deze stroming, is het aantal verenigingen dat zich op de studie van Victoriaanse en Pre-Raphaelieten kunst richt, waaronder de Pre-Raphaelite Society, nu ook te volgen op Twitter via: @PreRaphSoc.

2012/09/03

Eros & Thanatos

Frederic Leighton, studie voor And The Sea Gave Up The Dead That Were In It (ca.1892). Collectie: Tate Britain, London. 
Het leven en de dood zijn al eeuwen belangrijke thema's in de beeldende kunst, omdat ze de kwetsbaarheid van ons bestaan en onze onzekerheid over een mogelijk hiernamaals raken. Binnen de westerse kunst dienden allegorische voorstellingen en stillevens als een memento mori, een voortdurende herinnering aan onze sterfelijkheid. De dood zelf werd vooral verbeeld in een Christelijk-religieuze context, zoals de dood of kruisafname van Christus. De mogelijkheid van een heropstanding en het geloof in een hiernamaals, hemel of hel, zijn eveneens bekende concepten binnen de westerse iconografische traditie.

In de 18de eeuw bracht het voortschrijden van de wetenschap een proces op gang, dat in de Religiestudies wel de 'onttovering van de wereld' wordt genoemd. Men begon te twijfelen aan oude zekerheden, zoals het geloof in god en de hemel. Kunstenaars weken af van de Christelijke traditie. Hun visie op het sterven en het moment na de dood werd met meer vrijheid en vanuit een meer persoonlijke opvatting in beeld gebracht. Een kunstenaar werd in zijn beeldentaal beïnvloed door heersende modes, zoals de opkomst van gothic literature rond het begin van de 19de eeuw, van Shelly's Frankenstein tot Stoker's vampier. Bijzonder populair werden de penny dreadfuls, massa-geproduceerde pulpblaadjes met verhalen en illustraties van gewelddadige moorden, tragische zelfmoorden en spoken. In het Victoriaanse tijdperk leefde de funeraire cultuur op. Begrafenissen werden een prachtig visueel spektakel en grafmonumenten een belangrijk onderdeel van de 19de-eeuwse sculptuur. De dood werd omringd met schoonheid en verbeeld als een lieflijke slaap, terwijl het rouwen om een verloren geliefde een van de meest populaire kunstthema's werd.

K&WH zijn gefascineerd door de verbeelding van het sterven, de vele verschijningsvormen van de Dood en de geest van de overledene in de kunst rond 1900. Vijf jaar geleden deden we daarom een tentoonstellingsvoorstel over dit onderwerp. We kregen van een bekend museum een mooie opdracht voor een uitgebreid vooronderzoek, maar daarna werd de tentoonstelling zelf vanwege verbouwingsplannen en directiewisselingen steeds verder uitgesteld. De dood in de kunst is in de tussentijd een 'trending topic' binnen het Europese vakgebied geworden, dat een hele rij congressen en tentoonstellingen heeft voortgebracht. Zo is de expositie Love and Death: Victorian Paintings from the Tate van 8 september 2012 t/m 13 januari 2013 te zien in de Birmingham Museum & Art Gallery (UK). Centraal in deze tentoonstelling staat het bekende doek van John William Waterhouse: The Lady of Shalott (1888) uit Tate Britain. Daarnaast zijn rond het thema Eros en Thanatos (Dood en Liefde) ook werken van Frederic Leighton, Herbert Draper, George Frederic Watts, Laurens Alma-Tadema en tijdgenoten te zien. Met een focus op liefde, schoonheid, tragedie en dood belooft dit een emotionele ervaring voor de kijker te worden.

Ondertussen bereidt het Courtauld Institute of Art in Londen een reeks academische workshops rond het thema Art & Death voor in 2012/2013. Hierin komen onder meer de voorbereiding en het wachten op de dood, het sterven en de verbeelding van het lijk, en het leven na de dood aan de orde. De call for papers en meer informatie is te vinden op deze website.

Het zou leuk zijn als een Nederlands museum het onderwerp nu ook oppakt; wij hebben de bruikleenlijst en het uitgewerkte plan al voor u klaar liggen...

Kinderboeken en avant-garde

De Linköping Univeristeit (Zweden) organiseert op 26-29 september 2012 het congres: Children’s Literature and European Avant-garde. Hier wordt de complexe en wederzijdse invloeden van Avant-garde kunst en kinderliteratuur in Europese context besproken. Hoewel academici al eerder hebben gewezen op de relatie tussen stromingen als Modernisme, Bauhaus, Surrealisme en 'kindercultuur' (kinderboeken en -films, speelgoed, etc.) is hier nog weinig onderzoek naar verricht. Meer informatie en het programma zijn te vinden op de website.

2012/08/31

Den Haag als onderzoeksparadijs

‘Waarom zijn jullie eigenlijk in Den Haag gevestigd?’, vroeg laatst een opdrachtgever aan K&WH. Niet alleen omdat we hier zijn opgegroeid, maar vooral ook omdat Den Haag een ideale uitvalsbasis is voor interdisciplinair georiënteerde onderzoekers.

Weimarstraat 32, Vleeschhouwerij, relief ingangspartij.
Foto: Kroon & Wagtberg Hansen.
Als kunsthistoricus verricht je niet alleen literatuur- en archiefonderzoek , maar vaak ook aanvullend genealogisch, bouwhistorisch en ander interdisciplinair speurwerk. Daarbij kijk je niet alleen naar de individuele kunstenaars, kunst- of gebouwen, maar ook naar de sociale, culturele en economische context waarin ze tot stand zijn gekomen. Niet alleen naar kopers-, verkopers- en verzamelaarsnetwerken, maar ook naar de rol van artistieke uitingen bij de verspreiding van ideeën binnen de samenleving, en hun relatie met wetenschap, religie, literatuur. Ons bureau 'zit' daarvoor in Den Haag werkelijk ideaal: de Koninklijke Bibliotheek, Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Centraal Bureau voor Genealogie en Nationaal Archief zijn binnen handbereik, als ook het Haags Gemeentearchief (met o.a. de archieven van kunstenaarsverenigingen Pulchri Studio en de Haagsche Kunstkring), het Cultureel Maçonniek Centrum en natuurlijk het Haags Gemeentemuseum.

Weimarstraat 32, detail relief met telefoonnummer voormalige winkel.
Foto: Kroon  & Wagtberg Hansen.
De laatste jaren specialiseren we ons steeds meer in onderzoek van de periode rond 1900 en de ontwikkelingen in de eigen regio. Daar komt een zeer aangenaam stukje ‘veldwerk’ bij kijken. Bij zonnig weer op de fiets de stad doorkruisen, brutaal vragen of je bij kantoren of particulieren binnen mag om iets te zien of fotograferen. De gemiddelde Hagenaar reageert enthousiast op zo’n vraag en wil op de hoogte gehouden worden van het resultaat. Daarnaast onderstreept het bestaan van Die Haghe, Vrienden van Den Haag, Vrienden van de Hofvijver, SHIE, het Gilde en nog veel meer netwerken van specialisten en liefhebbers hoezeer de stadsgeschiedenis en haar materiële erfgoed door onze stadsgenoten wordt gekoesterd. De publieksoproepen die we regelmatig bij projecten verspreiden, leveren dan ook enthousiaste reacties en bruikbare onderzoekstips op.

Kortom: juist Den Haag heeft eigenlijk de ideale infrastructuur voor ons vakgebied. Daarnaast is het materiële erfgoed in de Hofstad uit de periode rond 1900 zo mooi en zo rijk vertegenwoordigd, dat ons wensen- en ideeënlijstje voor tentoonstellingen, publicaties en projecten nooit uitgeput zal zijn...

2012/08/01

Het gastenboek van de Buissche Heide

Naar aanleiding van het Roland Holst Jaar, georganiseerd door het Vincent van Gogh Huis en Natuurmonumenten, vinden in 2012 diverse activiteiten plaats. In de eerste plaats een expositie, waarbij de publicatie Henriette en Richard Roland Holst. Het boek van de Buissche Heide verscheen. Wie door het lezen geïnspireerd raakt, kan zelf de natuur van de Buissche Heide ervaren tijdens een speciale wandeling die de voetsporen van Henriette Ronald Holst volgt.

Centraal in het genoemde boek staat het landgoed en buitenverblijf op de Buissche Heide in Noord-Brabant, waar het echtpaar Roland Holst jarenlang kwamen om van de rust en de natuur te genieten, en om ongestoord te werken. Henriëtte Ronald Holst-van Schaik (1869-1952) vond hier inspiratie om te schrijven, terwijl haar man Richard (1868-1938) er schilderde en ontwerpen maakte, onder meer voor het glas-in-lood van de Dom in Utrecht. Veel bekende figuren uit het artistieke, literaire en politieke milieu brachten een bezoek aan het landgoed om hier eveneens te ontspannen of werken. Zij tekenden een rood gastenboek met daarop in gouden letters 'Het boek van de Buissche Heide'. Aardig is dat juist dit gastenboek, het boeiende netwerk van het echtpaar, door de auteurs van de catalogus voor hun onderzoek is genomen.

De publicatie beslaat vijf delen. Het eerste hoofdstuk bespreekt Henriëtte’s leven vanaf haar jeugd in een welgesteld notarisgezin en haar (soms moeizame) huwelijk met Richard tot aan haar dood. Vervolgens worden haar verdiensten als schrijfster en activiste belicht. Henriëtte vertaalde onder meer de Internationale en schreef diverse politieke pamfletten, maar werd bij het publiek vooral bekend om haar gedichten. De volgende twee hoofdstukken zijn aan haar echtgenoot gewijd. Eveneens opgegroeid in een bemiddeld gezin, kon Richard zich volledig wijden aan het kunstenaarschap. Omdat zijn oudere broer in het familiebedrijf zijn vader zou opvolgen, kreeg Richard alle mogelijkheid om zijn artistieke talenten te ontplooien. Op de Buissche Heide liet hij een atelier bouwen door Margaret Kropholler (1891-1966), waar hij ongestoord kon werken. Naast de biografie is er vooral aandacht voor de visie op gemeenschapskunst, kunst voor openbare ruimtes zoals de Beurs de Berlage, bedoeld om door iedereen gezien te worden.

In het laatste deel van het boek wordt een selectie van circa zestig gasten van het echtpaar Ronald Holst gegeven. Van ieder van hen is een korte biografie met een portret opgenomen. Persoonlijk hadden wij iets andere keuzes gemaakt dan de auteurs, omdat de gastenlijst duidelijk maakt in welke esoterische kringen het echtpaar verkeerde. Gelukkig dient de complete lijst als bijlage en kan ze als aanknopingspunt voor verder onderzoek dienen.
Het is een lijvig, mooi boek geworden dat zeker de moeite van aanschaf waard is. Ons enige kritiekpunt is de wat onzorgvuldige beeldredactie: bij de biografie van de schrijver Jef Last is per abuis een portret van zijn minder bekende neef Eric Verstijnen uit de collectie van K&WH afgebeeld. De uitgever heeft reeds toegezegd dit middels een erratum te zullen corrigeren.

2012/06/22

De oorsprong van de Kessler Stichting (1912)

Het 'Tehuis voor Onbehuisden' aan De la Reykade (later De la Reyweg) te Den Haag. Uit: Het Vaderland, 24-3-1923.
In 1911 werd in Den Haag een 'Schrijfkamer' opgericht op particulier initiatief door ambtenaar J.G. Kruis en zijn vrouw H.R. van Gigch. Ze huurden een pand aan Laan van Meerdervoort 12-16, waar ze daklozen, ex-gedetineerden en andere werklozen die konden lezen en schrijven aan werk probeerden te helpen. Dit bestond uit het schrijven van handgeschreven etiketten, brieven en kopieën, en het verzorgen van circulaires (mailings).Het initiatief bleek een succes en werd daarom ondergebracht in een formele rechtsvorm de Vereeniging 'Werkloozenzorg'. Men zocht een nieuw onderkomen, eerst in de Fultonstraat 191-193 en vanaf mei 1913 aan de Steijnlaan 17-23. Hier werd een ‘internaat’ ingericht, waar daklozen ook konden overnachten.

Het bestuur van de Schrijfkamer richtte in 1912 een tweede organisatie op: de Vereeniging 'Tehuis voor Onbehuisden, later bekend als de Kessler Stichting in Den Haag. Ze was aanvankelijk gevestigd aan de Steijnlaan, totdat in 1923 met steun van medeoprichter D.A.J. Kessler nieuwbouw kon worden gerealiseerd. Het markante gebouw in Haagsche Schoolstijl aan de De la Reyweg en haar verhuiswagens van de Algemene Haagsche Dienstverlening waren een begrip in de Hofstad. Het afgelopen jaar heeft K&WH uitgebreid onderzoek in het historische archief van de stichting mogen verrichten om het jubileumboek te schrijven, dat later dit jaar uitgeverij De Nieuwe Haagsche verschijnt. Een mooie opdracht, waarbij we ons in een minder bekend aspect van de stadsgeschiedenis konden verdiepen.
De geschiedenis van de Kessler Stichting is in feite een beknopte maatschappijgeschiedenis. Ze beschrijft de ontwikkeling van het sociale zorgsysteem, de (geestelijke) gezondheidszorg en de mentaliteitsverschuivingen in de samenleving. In de loop der jaren werden vele nieuwe vormen van begeleid wonen geïntroduceerd en ontwikkelde de hulpverlening zich naar een professioneel niveau. Anno 2012 viert de Kessler Stichting haar 100-jarig jubileum met de opening van de spectaculaire nieuwbouw aan De La Reyweg, een uiterst modern woon- en zorgcentrum.

In het kader van het jubileumjaar vinden allerlei activiteiten plaats. Zo is nu een kleine presentatie over de geschiedenis van de Kessler Stichting te zien in het Haags Historisch Museum, wordt ze samen met andere Haagse 100-jarigen belicht in een jubileumkrant, en vindt op 4 oktober in de Koninklijke Schouwburg een symposium plaats '100 jaar zorg, en nu?'. Gezien de aangekondigde bezuinigingen die de GGZ treffen, kan het onderwerp niet actueler zijn.

2012/05/29

Impressie Tong Tong Fair 2012

Standnummer C22. 
Foto: Kroon & Wagtberg Hansen.
Het zit er weer op, de Tong Tong Fair is - helaas - afgelopen. Het was opnieuw een feest om hier 12 dagen te mogen staan met het mooie project Sporen van Smaragd
We zijn blij verrast door de enthousiaste respons van bezoekers op de erfgoedglossy SMARAGD en de vele vermeldingen van het project in de pers, die ons meehelpen om nog meer Indische architectuurdetails en locaties in de stad op te sporen. (En natuurlijk hebben medewerkers van Monumentenzorg, Haags Historisch Museum en K&WH zelf zo nu en dan een tjendol of tahu pong gescoord, en ‘s avonds met familie en vrienden een bezoekje gebracht aan de eettent.) Hieronder enkele impressies van de afgelopen dagen. We kijken nu al uit naar mei 2013!

Uitreiking erfgoedglossy SMARAGD aan wethouder 
Rabin Baldewsingh, 18 mei 2012. Foto: Indisch4ever.
Erfgoedglossy SMARAGDnu ook in de boekhandel.
Werken gaat beter met een tjendol...
of een Palm Beach smoothie!
Foto's: Kroon & Wagtberg Hansen.

2012/05/14

Erfgoedglossy 'SMARAGD' [Update 16 mei]



Op vrijdag 18 mei wordt het eerste exemplaar van het tijdschrift SMARAGD - Indisch erfgoed in Den Haag uitgereikt aan Rabin Baldewsingh, wethouder Monumentenzorg. De presentatie vindt plaats in de Hospitality Lounge van de Tong Tong Fair om 14.00 uur.

De eenmalige 'erfgoedglossy' van de hand van K&WH verschijnt speciaal voor het project Sporen van Smaragd, Nederlands-Indisch erfgoed in Den Haag 1853-1945 van de afdeling Monumentenzorg Den Haag in samenwerking met het Haags Historisch Museum. Het tijdschrift biedt een kennismaking met de verschillende representatieve gebouwen, de sociaal-historische context waarin ze zijn ontstaan, hun voormalige bewoners en gebruikers. In artikelen als 'Netwerken op het Plein' en 'Miljonairs in de maak' wordt uitgelegd waarom juist Den Haag zo in trek was bij verlofgangers en gerepatrieerden, en hoe handig handelsmaatschappijen, de middenstand en huizenbouwers daarop inspeelden. Architectuur vormde vaak een weerspiegeling van de identiteit en ambities van de opdrachtgevers, of hun heimwee naar de Gordel van Smaragd. Er is aandacht voor gebouwen en locaties met een bijzonder Nederlands-Indisch verleden: van de de eerste toko’s en pasars in de negentiende eeuw tot de strak vormgegeven Haagse bouwwerken van Indische architecten in het Interbellum - en van de meest luxe repatriantenvilla's tot de onopvallende woonhuizen van Indische kunstenaars en artiesten, waar Oost en West elkaar ontmoetten.
 
Het rijk geïllustreerde tijdschrift is verkrijgbaar in de informatiestand van Sporen van Smaragd op de Tong Tong Fair (17-28 mei 2012, standnummer C22). Daarna is SMARAGD verkrijgbaar in de webwinkel van de uitgever (www.denieuwehaagsche.nl) en de boekhandel  (€ 6.95, ISBN 978-94-91168-30-7).

2012/05/10

Jan Toorop en Arendsdorp (1927)

Voor het project Sporen van Smaragd hebben we onderzoek gedaan naar de vele tijdelijke locaties in Den Haag, waar voor 1945 Indische evenementen zijn georganiseerd. Een klein, maar bepaald niet onbelangrijk evenement was het 'Indische openluchtfeest' dat van 22 t/m 26 juni 1927 werd georganiseerd in de tuin van Huize Arendsdorp aan de Wassenaarseweg, op het landgoed van M.A.O.C. gravin van Bylandt (1874-1969). Het doel was om geld in te zamelen voor liefdadigheid en de toenadering tussen Nederland en ‘Insulinde’ te bevorderen. Het evenement kwam dan ook tot stand met medewerking van de culturele Indische vereniging ‘Eurasia’.


Marktstraatje bij tuinfeest Arendsdorp, 1927.
Foto: Haags Gemeentearchief.
Dit was echter niet zomaar een 'fancy fair'. Door de welgestelde organisatoren werden grote investeringen gedaan. Voor het ontwerp van een marktstraat met Indische en Hollandse eettentjes (saté en poffertjes) werd architect Gerard Barend Audier (geb. 1887) gestrikt. Vers fruit, ‘noch nimmer in dit land ingevoerd’, werd speciaal met het stoomschip Tjeremai overgebracht uit Nederlands-Indie. De prins der Nederlanden was voorzitter van het ere-comité en ook de overige namen op de lijst waren indrukwekkend. De Sultan van Djokja en zijn familie stelden kunst- en gebruiksvoorwerpen ter beschikking voor een verkoopexpositie. Kunstenaar Jan Toorop (1858-1928) werd gevraagd een ontwerp voor de omslag van het programma te maken, dat een Javaanse danser voorstelt en werd gedrukt door NV Drukkerij Ten Hagen.

Jan Toorop, omslag programmaboekje
tuinfeest Arendsdorp, 1927. Het bijschrift
luidt: 'Het ornamentaal lynen-rythme is
zuiver-scherp ontstaan uit het gebaar
van dezen dans'. Collectie Haags
Gemeentearchief.
 (Dat wilden we natuurlijk zien! Het ontwerp bleek echter moeilijk te traceren; het wordt niet in de gebruikelijke bronnen vermeld. Bij de RKD vonden we wel een afbeelding van een ‘oosterse danser’, maar met vermelding ‘verblijfplaats onbekend’ en zonder referentie aan Arendsdorp. Gelukkig heeft het Haags Gemeentearchief ook veel zeldzame pamfletten in huis, dus vonden we in haar catalogus een programma van een ‘Indisch openluchtfeest’, maar dan weer zonder referentie aan Toorop. Lang verhaal kort: we hebben een exemplaar van de litho gevonden, zie afbeelding. Terug naar het feest.)

Bezoekers konden vast niet kiezen. Ze hadden gelegenheid tot gondeltochten, bal champêtre, kermisbezoek en een keuze uit een – op zijn zachtst gezegd eclectisch – variétéprogramma. Naast muziek van een antieke gamelan (pelog), krontjongorkest, Hawaiian en jazz ensembles en gelegenheid tot dansen, waren er demonstraties van zowel een Indische hofdans (serimpi) als Nederlandse volksdansen. Men kon een optreden van ‘Prof. Rebus, Duitsch-Amerikaansche Goochelaar’ bijwonen of wellicht een uitvoering van een ‘Boeginees openluchtspel’: De kostbare sproke (1926) van Marie van Zeggelen (1870-1957). In een tent van de firma De Gruyter werd een maquette van een theeplantage tentoongesteld. Er was ‘een postkantoor, gelegenheid om te telefoneeren en zich te laten wegen’, een aantrekkelijke optie, in één adem genoemd met de aanwezigheid van een rad van fortuin, waarzegsters (meervoud!) en een fakir. ‘Poffertjes en wafels zullen niet ontbreken, evenmin als hopjes, de fijnste bonbons, chocolade, lekkernijen en parfums’, zo vermeldde het programma.
De prijs van toegangskaarten was 1 gulden voor de eerste dag en 50 cent voor de overige dagen. Voor de afzonderlijke onderdelen moest apart worden betaald. De netto-opbrengst voor het goede doel was 15.536 gulden en 2 cent. Ook van de koningin-moeder werd een gift ontvangen. 

Jammer dat we er niet bij konden zijn. Gelukkig zijn van de opening van het tuinfeest deze unieke filmbeelden bewaard gebleven:

video


2012/04/28

Tong Tong Fair 2012! [Update 10-5]


K&WH is ook dit jaar weer te vinden op de Tong Tong Fair! We zijn druk bezig met de voorbereidingen en dat is ook de reden dat deze blog even stil was.

De afgelopen maanden hebben we in het kader van het project Sporen van Smaragd een erfgoedinventarisatie uitgevoerd in opdracht van Monumentenzorg Den Haag. De eerste resultaten van dit project over gebouwd Nederlands-Indisch erfgoed in Den Haag (1853-1945) worden gepresenteerd in de informatiestand in het Cultuurpaviljoen van de TTF. Hier zijn onder meer demoversies van het opgebouwde pandenbestand en de beeldbank, en een kleine foto-expositie te bekijken. K&WH en medewerkers van Monumentenzorg zijn van 17 t/m 28 mei 2012 dagelijks tussen 12-18 uur in de stand aanwezig om een en ander toe te lichten. Belangstellenden kunnen op 21 mei om 15.30 in het Bibit-theater een lezing volgen, waarin op het verloop van het project wordt ingegaan.
Bovendien verschijnt bij het project een bijzondere 'erfgoedglossy'. Hierover later meer.

Actuele informatie over het festival is te vinden op: Tong Tong Fair.

2012/03/06

Degouve de Nuncques

Kunstenaar William Degouve de Nuncques (1867-1935) werd geboren in een oud Frans adellijk geslacht. Hij groeide op in België, waar hij na een korte academische kunstopleiding, besloot om verder te gaan als autodidact. Hij sloot zich aan bij avant-garde groep Les XX en ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste Belgische symbolisten. Degouve de Nuncques was bekend om zijn verstilde composities en typisch 19de-eeuwse thema's, waaronder nachtscènes, de vergane schoonheid van Brugge en Venetië, sneeuwlandschappen. In het Musée Félicien Rops (Namen, België) is t/m 6 mei 2012 een tentoonstelling over zijn werk te zien, die hem de zeer passende titel Maître du mystère meegeeft. 
Op advies van de Haagse ‘kunstpaus’ H.P. Bremmer kocht Helene Kröller-Müller diverse werken van Degouves de Nuncques voor haar beroemde verzameling. Enkele van deze werken zijn op de tentoonstelling te zien, daar deze het resultaat is van een samenwerking met het Kröller-Müller Museum. De tentoonstelling reist dan ook door naar Otterlo, waar ze van 26 mei t/m 2 september 2012 te zien zal zijn.

[Foto: William Degouve de Nuncques, Nocturne au parc royal de Bruxelles, 1897, pastel/papier, 65x50 cm. Paris, Musée d’Orsay. (C) RMN (Musée d'Orsay)/Hervé Lewandowski.]

Yoshitoshi: Moord en Maanlicht

Fujiwara Yasumasa plays the flute by moonlight, 1883. Foto: www.sieboldhuis.org.
Haast is geboden. In het Sieboldhuis in Leiden is nog tot 9 maart a.s. de tentoonstelling Maanlicht, mysterie en schoonheid: De complexe wereld van prentkunstenaar Tsukioka Yoshitoshi
te zien, met prenten uit de collectie van de Amerikaanse verzamelaar Ed Freis. Yoshitoshi (1839-1892) werd erkend als de grootste prentkunstenaar van zijn tijd, wiens invloed uitstrekt tot de moderne Japanse manga en anime. Hij werd bekend om zijn prachtige prenten, die ogenschijnlijke tegenstrijdige thema’s in beeld brachten: geweld en schoonheid. (In 1992 werd hier eerder door het Van Gogh Museum aandacht aan besteed: Beauty and Violence. Japanese Prints by Yoshitoshi). De kunstenaar verbeeldde op zeer grafische wijze oorlogstaferelen en moord, maar wist ook de schoonheid van maanlandschappen en mooie vrouwen treffend weer te geven, in series als Twenty-Eight Famous Murders with Verses (1866-69) en One Hunderd Aspects of the Moon (1885-92). Andere thema's die hij vaak toepaste waren spoken en geesten, en acteurs uit het kabuki theater.
Wie geen tijd meer heeft om zelf te gaan kijken, moet zich net als K&WH maar troosten met de catalogus. Die beschrijft Yoshitoshi´s leven en oeuvre, waar succes en grote productiviteit afgewisseld werden met armoede en ziekte. Naast zijn artistieke houtsneden, waaronder veel twee- en drieluiken, werkte hij in verschillende periodes aan krantillustraties (1875-1880) en boekillustraties (1880-1892). Verder wordt de toenemende invloed van de westerse cultuur op Japanse kunst in het boek besproken. Uit het echte 'catalogusgedeelte' over de tentoongestelde werken blijkt nog eens de enorme diversiteit binnen Yoshitoshi´s oeuvre - van historische en mythische voorstellingen, tot portretten van grote krijgers, en van veldslagen tot de rare gewoontes van buitenlanders. In appendices zijn Yoshitoshi’s geïllustreerde boeken en series onder elkaar gezet, en wordt een verklarende woordenlijst gegeven.

Klimt's jaar


Wenen herdenkt in 2012 de 150ste geboortedag van Gustav Klimt (1862-1918). Naast de onvermijdelijke blikjes, koelkastmagneetjes en paraplu´s die worden aangeboden om het heuglijke feit te vieren, worden er tijdens het Klimt Jaar natuurlijk ook vele tentoonstellingen en evenementen georganiseerd. Zo zullen er circa 800 werken te zien zijn in diverse musea, kan men zich laten fotograferen met de meester in Madame Tussauds (?!) en wordt de gerestaureerde Klimt Villa (waar zijn laatste atelier gevestigd was) in de zomer heropend. Voor het gehele culturele programma is een mooie brochure uitgegeven, in diverse talen als pdf te downloaden op de Klimt 2012 website (rechtsbeneden).

2012/01/09

Retrobeurs

Ook zo gek van retro meubeltjes? Dan kun je je hart ophalen op de beurs Design Icons Amsterdam op 11 en 12 februari 2012. Zestig handelaren uit binnen- en buitenland zullen hun aanbod van designmeubelen uit de 20ste eeuw aanbieden in de Kromhouthal aan De Overkant in Amsterdam-Noord. Het evenement wordt georganiseerd door Retrostart, de organisatie achter de gelijknamige website, waar je links naar veel en veel meer beurzen en nog veel meer handelaren van retro- en retrostijl-meubels kunt vinden. Om te kijken zonder te kopen is veel zelfbeheersing nodig...

2012/01/05

Penseelprinsessen

Kate Bisschop-Swift e.a., Haagse
weeskinderen strooien bloemen op het
pad der koningin, 1874. Foto:  SHVHON.
Tekenen en schilderen waren ooit een vast onderdeel van de opvoeding van welgestelde dames. In de loop van de negentiende eeuw begonnen vrouwelijke kunstenaars hun werk steeds vaker tentoon te stellen en te verkopen. Ze werden toegelaten tot kunstenaarsverenigingen en vanaf de jaren 1850 ook tot kunstacademies. Zo namen zij een steeds belangrijker positie binnen de kunstwereld in.
Toch is de rol van vrouwen in de negentiende-eeuwse kunst nog een onderbelicht onderwerp binnen de onderzoekswereld. Dat is mede te wijten aan de hardnekkige misvatting dat het ging om een vrijetijdsbesteden en het als ongepast werd gezien om een professionele carrière na te streven.
Daarom startten het RKD, De Mesdag Collectie en Paleis Het Loo in 2008 een uitgebreid kunsthistorisch onderzoek, waarvan de resultaten in 2012 worden gepresenteerd. Biografische gegevens van ca. 1100 kunstenaressen zijn verzameld in de database RKDartists& en hun 1600 van hun werken ingevoerd in da database RKDimages. Ze vormen de basis voor het boek Penseelprinsessen & Broodschilderessen. Vrouwen in de beeldende kunst 1808-1913, te verschijnen bij Uitgeverij Thoth. Deze publicatie begeleidt de gelijknamige een dubbeltentoonstelling, van 18 februari tot en met 27 mei 2012 bij Paleis Het Loo en van 30 mei tot en met 28 augustus 2012 bij De Mesdag Collectie te zien zal zijn. Bij de presentatie in Apeldoorn komt de nadruk te liggen op kunstenaressen aan en rond het hof, terwijl in Den Haag aandacht zal worden besteed aan de vele professioneel werkzame kunstenaressen.